De veredeling van cannabis is een ingewikkelde kunst, die op talloze manieren kan worden uitgevoerd. Hier beschrijven we de veelgebruikte termen rond de diverse cannabisgenetica en de totstandkoming ervan. We hebben besloten het kort en bondig te houden, aangezien het met alle wetenschappelijke details nogal complex kan worden.

LANDRAS

Landrassen komen uit gebieden waar cannabisplanten een zeer lange tijd in het wild hebben gegroeid. Dan spreken we over eeuwen, of zelfs millennia. Hierdoor zijn van nature stabiele, robuuste genen ontstaan die een homogeen nageslacht produceren. Dit betekent dat de landrassen uit een bepaald gebied zeer vergelijkbare groeipatronen en uiterlijkheden vertonen. Ook is de chemische samenstelling vergelijkbaar. Hindu Kush en China Yunnan zijn voorbeelden van pure landrassen.

F1

F1 staat voor een “hybride van de eerste generatie”. Worden twee soorten van compleet verschillende genotypes gekruist, bijvoorbeeld een Master Kush met Durban Poison? Dan is hun nageslacht een F1 hybride. Als deze weer gekruist wordt met nog een F1 kruising van dezelfde partij (een zus of broer), dan levert dat een F2 hybride op. Wanneer dit proces herhaald wordt, creëert het een F3, F4, enzovoort. Na F5 kunnen de planten als IBL worden beschouwd.

Hybride Van De Eerste Generatie Cannabis F1

IBL

IBL staat voor “inteelt lijn”. Wat dat betekent? Na een paar generaties hybridisering van een specifieke lijn, worden de variëteiten bijna een andere familie van soorten. Skunks zijn bijvoorbeeld gehybridiseerd en geselecteerd om hun doordringende en krachtige aard. Na vele generaties ontwikkelden ze zich tot de Cheese familie. En deze kan als IBL worden beschouwd.

POLY-HYBRIDEN

Poly-hybriden ontstaan door compleet verschillende hybrides met elkaar te mixen. Als voorbeeld: Master Kush en Durban Poison produceren een nageslacht genaamd F1(A); AK-47 en White Widow leveren eentje op met de naam F1(B). Wanneer F1(A) en F1(B) samenkomen, wordt het nageslacht als poly-hybride omschreven.

Landras Hybride Stabilisatie Cannabis

TERUGKRUISINGEN

Terugkruisen is het kruisen van een hybride soort met haar oorspronkelijke ouder. Bijvoorbeeld: een mannelijke Chocolope en vrouwelijke Jack Herer produceren een F1 hybride. Wanneer deze F1 kruising gehybridiseerd wordt met de originele vrouwelijke Jack Herer, wordt de resulterende soort BX1 genoemd. Als deze BX1 weer teruggekruist wordt met de originele vrouwelijke Jack Herer, wordt dat een BX2 genoemd, enzovoort. De genetica van de originele vrouwelijke soort kan bewaard worden door de plant in de vegetatieve fase als moederplant te houden. De stekken worden daarbij als klonen of door middel van weefselcultuur gekweekt.

ZELFBEVRUCHTING

Zelfbevruchting is wanneer een moederplant zichzelf bevrucht. Veredelaars gebruiken speciale chemicaliën bij vrouwelijke planten om stress op te wekken. Dat zorgt ervoor dat ze mannelijke bloemen produceren, die pollen aanmaken. Als dit pollen terechtkomt op de vrouwelijke bloemen van dezelfde plant of een kloon van dezelfde moeder, zijn de resulterende zaden “zelfbestoven” ofwel S1. Wanneer de S1 zaden teruggekruist worden met de oorspronkelijke ouder, heten ze S2, S3, enzovoort. Veredelaars doen dit vaak om de genetica van een soort te behouden en om zaden te feminiseren.

Winkelmand

Inbegrepen GRATIS producten

Uw winkelmand bevat geen producten.

Verzendkosten € 0.00
Totaal € 0.00

Afrekenen