10 extra seeds when you spend over €90. Use code 10SENKL Now

By Luke Sumpter


Er komt een moment in het leven van elke kweker waarin ineens vragen ontstaan. Meestal komt dit moment van verwarring direct na het voltooien van een aantal projecten en, uiterlijk, wanneer dezelfde soort herhaaldelijk wordt gekweekt in een identieke set-up.

Waarom ziet elke cannabis plant, vanaf zaad opgekweekt, er anders uit?

Wanneer deze of soortgelijke vragen onbeantwoord blijven, zal de beginnende kweker de om logische redenen de overstap maken naar een andere kweker. De meer ervaren kwekers weten dat dit fenomeen, de variaties in verschillende planten van dezelfde soort, natuurlijk is en niet zal verbeteren na het overstappen naar een andere zaadleverancier. We moeten onthouden dat zaden producten zijn van levende organismen en het resultaat van een natuurlijk kweekproces en vandaar uniek, net als elke persoon, dier of plant op aarde. Hoewel het verleidelijk is alle dingen om ons heen te karakteriseren, bereiken we snel beperkingen als het om de natuur gaat.

Genotype, omgeving, fenotype

Elk levend organisme is het resultaat van evolutie, die hetzelfde principe volgt. Het genotype of de genetische code draagt alle genetische informatie betreffende de groei, uiterlijk en alle karakteristieken die we later kunnen observeren. Het is cruciaal dat je begrijpt dat een genotype of genetische code niet in steen is gebeiteld maar eerder een bepaald aantal mogelijkheden definieert. Het hangt voornamelijk af van de omgeving waar het organisme in woont welke specifieke stukjes en beetjes van het genotype zullen worden geactiveerd. De interactie tussen genotype en omgeving resulteert in een fenotype, de lichamelijke expressie van bepaalde genen, geactiveerd door de omgeving.

Fenotype
(P)
Genotype (G) +
Omgeving (E) +
genotype en interacties van de omgeving (GE)
  • Snel voorbeeld: paarse soorten

Laten we eens een cannabis gerelateerd voorbeeld onderzoeken om een beter idee te krijgen. Je koopt zaden van een gerenommeerde kweker en bent van plant een paarse soort te kweken. In plaats van alle planten in je indoor kweektent te plaatsen, besluit je de helft van je planten naar buiten te verhuizen. Naast het feit dat geen enkele plant er identiek uitziet, valt het ook op dat de planten buiten veel rijkere paarse kleuren hebben, vergeleken met diegenen in je indoor kweektent. Hoewel het genotype de informatie bevat om paarse tinten te produceren, is het de omgeving, en in dit geval de temperatuur van de omgeving, die de twee verschillende uiterlijke expressies (fenotypes) toestaan van ogenschijnlijk dezelfde code (genotype).

Snel voorbeeld: paarse soorten
  • De algemene misvatting

We hebben het idee dat de omgeving de bepalende factor is die een genotype beïnvloedt verschillende fenotypen voort te brengen, maar hiermee is niet de initiële vraag beantwoord: Waarom lijkt elke plant, opgekweekt vanaf zaad, er anders uit te zien, zelfs wanneer ze wordt gekweekt in een constante omgeving of kweekruimte binnen?

Hoe kan een soort in hemelsnaam verschillende fenotypen laten zien als de omgeving niet verandert?

Nou, het is misschien niet wat je wil horen, maar elke cannabis zaad heeft haar eigen, unieke genotype. Veel kwekers nemen aan dat zaden van dezelfde cannabis soort een identieke genetische code delen en verwachten dus logischerwijs homogene groei. Helaas is dit een algemene misvatting. Er zijn veel mensen die de term fenotype gebruiken om de variaties in planten te omschrijven die ze krijgen van dezelfde soort, gekweekt vanaf zaad. In feite praten ze over verschillende genotypes, al weten ze dat vaak niet. Het is niet alleen het milieu die fenotypische expressie bepaalt, maar logischerwijs ook het genotype zelf.

Wanneer je zaden koopt van een bepaalde soort, ontvang je “familieleden” van deze soort die een groot percentage van de genen delen met duizenden (inteelt) broertjes en zusjes, maar het zijn geen identieke tweelingen. Het genotype komt vaak in de buurt van identiek, maar er zijn nog steeds verschillen, wat bijvoorbeeld te vergelijken is met een twee-eiige tweeling. Dat is de voornaamste reden waarom elke cannabis plant, vanaf zaad opgekweekt, lichte variaties laat zien in de karakteristieken, zoals hoogte, opbrengst, smaak, etc. Het genotype van zaden is meestal niet identiek.

Feno-jagen

Wietkwekers en -breeders checken altijd het fenotype bij het beslissen welke soorten ze willen kweken en kruisen. Door dit zogenaamde 'feno-jagen', of 'pheno-hunting', kun je snel een grote hoeveelheid genetica doorzoeken en eigenschappen identificeren die passen bij je wensen en de kweekomstandigheden.

Feno-jagen houdt in dat je verschillende soorten zaait (of veel zaden van dezelfde soort). Deze kweek je op om ze vervolgens te klonen om de belangrijke kenmerken eruit te filteren.

Feno-jagen stelt je in staat om een heleboel genen tegelijk te testen en uit te proberen. Sommige kwekers kiezen er echter voor om te feno-jagen met zaden van exact dezelfde moederplant. Hierdoor kun je de beste fenotypes selecteren binnen een kleiner kader. Vervolgens kun je de beste eigenschappen van een bepaalde strain verfijnen.

Zodra je het ideale fenotype hebt gevonden, kun je de gewenste eigenschappen 'insluiten' door het exemplaar voortdurend te klonen. Breeders kunnen echter nog een stap verder gaan door het fenotype zaden te laten ontwikkelen. Deze zaden kruisen ze met een andere soort die bij hun behoeften past. De toevoeging van andere genen creëert wederom meer variatie. Maar breeders kunnen de gewenste eigenschappen wederom uitvergroten en stabiliseren door middel van bepaalde technieken, zoals terugkruisen.

Feno-jagen

Welke eigenschappen zoeken feno-jagers?

Enkele van de belangrijkste eigenschappen die feno-jagers in overweging nemen bij het doorzoeken van genetica zijn:

  • Opbrengst
  • Plantgrootte
  • Topgrootte
  • Harsproductie
  • Weerstand tegen kou/ongedierte/stress/ziekteverwekkers
  • Kleur
  • Smaak en effect

Het jagen op fenotypes draait niet om de creatie van nieuwe eigenschappen of het ontwikkelen van extreme kenmerken. Alles gebeurt binnen de beperkingen van de bestaande genen van een strain. Helaas kun je geen plant creëren die 10 meter hoog wordt of 80% THC produceert!

Gerelateerd Artikel
Cannabistermen uitgelegd

Hoe jaag je op fenotypes? Stap voor stap

Met feno-jagen personaliseer je als het ware je kweekervaring. Voordat je met het proces begint, heb je voldoende ruimte en genoeg potten nodig om meerdere series klonen te kunnen huisvesten. Je hebt ook genoeg voedingsstoffen en licht nodig om ze allemaal gezond te houden. Natuurlijk moet je ook ruimte hebben om je oogst te drogen en curen. Als je deze lijst eenmaal hebt afgewerkt, kun je met je 'jacht' beginnen!

Voor wat betreft de tijd, onthoud dat commerciële kwekers soms meerdere generaties planten moeten kweken voordat ze hun gewenste fenotype krijgen.

Grofweg kan het proces minimaal 9 maanden in beslag nemen. Tel maar uit: drie keer 8 tot 10 weken bloei. En dan moet je ook nog kiemen, groeien, oogsten en uitharden om de beste exemplaren te kunnen kiezen.

Stap 1: zaaien

Laten we bij het begin beginnen: selecteer de soorten die je wilt kweken en plant de zaden. Zorg er voor dat je je cultivars goed labelt, zodat je precies weet wat waar groeit. Als je veel verschillende soorten kweekt, label ze dan gewoon met de juiste naam of initialen. Wanneer je meerdere planten van dezelfde strain kweekt, bijvoorbeeld Royal Gorilla, label ze dan RG1a, RG2a, RG3a, etc. In een later stadium verwissel je gewoon de 'a' voor een 'b' om te weten welke plant van welke kloon afkomstig is. Als je besluit je klonen opnieuw te klonen, schakel dan over naar de letter 'c' in de labels om dit bij te houden. Je kunt hiervoor houten ijsstokjes in je potten steken. Je kunt ook er ook voor kiezen om je wietplanten zelf te labelen als ze groot genoeg zijn.

Hoe jaag je op fenotypes? Stap voor stap

Stap 2: kloon het origineel

Na het kiemen, kweek je je planten zoals je gewend bent. Binnen 4 tot 6 weken zullen ze wat groter zijn geworden en veel gezonde 'echte' bladeren hebben ontwikkeld. Op dit punt is het tijd om te klonen. Met verschillende methoden/substraten kun je van elke plant biologische kopieën maken. Denk aan methoden/substraten zoals aarde, steenwol en water. Vergeet niet om je stek te labelen zodra je ze van de moederplant hebt gehaald om verwarring te voorkomen.

Als je stekken neemt van je pas gezaaide gewas, krijg je directe biologische kopieën van elke individuele plant. Zolang de omstandigheden relatief hetzelfde zijn, vertonen ze exact dezelfde eigenschappen als hun moederplanten. Terwijl je moederplanten blijven groeien, kun je met de klonen experimenteren. Bekijk hoe ze reageren en zich aanpassen aan experimentele procedures zoals blootstelling aan ongedierte, training en temperatuurwisselingen.

Stap 3: laat de klonen apart groeien

Op dit punt heb je het dubbele aantal wietplanten. Als je met 10 planten begon, heb je er nu 20 tot je beschikking. Maak nu een apart kweekgebied waarin je klonen kunnen floreren.

Als je binnen kweekt, kun je de originele planten laten bloeien. Je klonen blijven in de vegetatieve fase. Je moederplanten gaan toppen ontwikkelen die je kunt proeven. Zo kun je bepalen welke fenotypes je qua smaak en effect het beste bevallen! Wanneer je klonen toppen beginnen te ontwikkelen, kun je de proef op de som nemen door te kijken hoe ze reageren op de toekomstige stressfactoren.

Stap 4: schakel originele kweek over naar de bloeifase

Om de bloei bij je moederplanten op te wekken, verander je de lichtcyclus naar 12 uur licht en 12 uur duisternis. Afhankelijk van de door jou gekozen soorten, duurt de bloei en het rijpen van de toppen 8-12 weken. Sommige soorten worden ook sneller volwassen dan andere. Let dus goed op de signalen die aangeven wanneer je moet oogsten.

Stap 5: verwijder mannetjes

Nadat je de bloei hebt opgewekt, moet je goed opletten op mannelijke planten. Vrouwelijke planten produceren harsachtige toppen die vol zitten met terpenen en cannabinoïden. Mannelijke planten produceren stuifmeelzakjes. Wanneer deze balletjes opengaan, laten ze het pollen vrij die vrouwelijke toppen bij contact bevruchten.

Mannelijke planten kun je echter vroeg herkennen door de pre-toppen goed in de gaten te houden. Op het moment dat de bloeifase van start gaat, beginnen deze kleine structuren zich op de knopen te vormen (de punten waar takken de hoofdstam ontmoeten).

Als je een mannetje identificeert, verwijder deze dan zo snel mogelijk uit de kweekruimte. Helaas geldt dit ook voor de bijbehorende feno-kloon.

Hoe jaag je op fenotypes? Stap voor stap

Stap 6: zoek naar gewenste eigenschappen

De jacht is begonnen! Je hebt geen last meer van mannetjes (als je die al had). Wat rest, is een ruimte vol ontluikende moederplanten en een andere ruimte vol met vegetatieve klonen. Het is nu tijd voor het echte werk!

De oogst laat nog even op zich wachten. Tijdens de bloei moet je de fenotypes van je moederplant zorgvuldig in de gaten houden. Zo herken je de gewenste eigenschappen. Hierbij moet je denken aan:

  • Uitrekken: sommige planten strekken zich overmatig uit. Andere planten verdubbelen hun formaat in de bloei. Leg dit allemaal vast.
  • Uiteindelijke hoogte: wil je compacte planten? Of heb je liever slungelige en lange exemplaren?
  • Formaat van de toppen: wil je een feno die lange cola's produceert? Of heb liever meer bolvormige toppen?
  • Geur: sommige kwekers geven de voorkeur aan welriekende fenotypes. Andere kwekers prefereren meer discrete geuren.
  • Harsproductie: wil je een feno die agressief hars produceert, of werk je liever met een wat minder plakkerig eindproduct?
  • Kleur: als je op paarse fenotypes jaagt, kijk dan welke van je planten het beste reageert op koudere nachttemperaturen (die dit fenomeen activeren).
  • Weerstand tegen ziekte: sommige fenotypes vallen ten prooi aan beschimmelde toppen, terwijl andere veel robuuster zijn.
  • Bloeisnelheid: mogelijk racen een aantal fenotypes door de bloei, terwijl andere meer tijd nodig hebben.

Je moet nog even wachten totdat je je feno's kunt proeven, maar je kunt wel alvast aan de slag met de vegetatieve klonen. Nu is het zaak om ze goed in de gaten te houden. Zoek naar die eigenschappen die in je toekomstige wietplanten wilt terugzien.

Let onder andere op de volgende kenmerken van je vegetatieve klonen:

  • Morfologie: houd de afstand tussen internodes goed in de gaten. Dit leidt namelijk tot meer mogelijke toppen en een meer symmetrische groei.
  • Training: gaan je planten goed om met low-stress training en high-stress training?
  • Groeisnelheid: heb je tijd om ze langzaam te laten groeien? Of wil je een feno die snel uitdijt?
  • Koude- en hittebestendigheid: heb je je temperaturen laag ingesteld om een fenotype te vinden die kou tolereert? Sommige planten kunnen dit beter behappen dan andere.
  • Ongedierte: als je buiten kweekt, hoe presteren je klonen als het gaat om insecten?
  • Voedsel- en waterbehoefte: hebben sommige planten meer water of voedingsstoffen nodig dan andere? Hoe verhouden ze zich tot exemplaren die minder voedingsstoffen nodig hebben?
  • Wortelkracht na het verplanten: hoe zit het met de groei na het verpotten? Gaat dit snel, vraagt de plant meer hersteltijd of herstelde ze niet?
Hoe jaag je op fenotypes? Stap voor stap

Dan rest nog een laatste test: proeven! Zoek naar de kwaliteiten waar je van houdt in wiet, zoals:

  • Opbrengst: hoeveel van die heerlijke toppen heb je geoogst? Was het een bescheiden hoeveelheid, of echt een moddervette oogst?
  • Terpeenprofiel: houd je meer van citroen, fruit, suiker, diesel, aarde, dennen of andere smaken?
  • Effect: heb je een voorkeur voor ontspannende wiet en een vette stone? Geïnspireerd en gemotiveerd? Creatief? Filosofisch?
  • Zachtheid: irriteert de rook je keel of voelt deze zijdezacht aan?
  • Geur: ruiken de toppen scherp en aangenaam als je ze uit de pot haalt? Of valt het wat tegen?

We raden de RQS Grow Planner aan om belangrijke aantekeningen te maken tijdens het hele proces van feno-jagen.

Stap 7: gooi ongewenste fenotypes weg

De grote schoonmaak. Nadat je je favoriete fenotypes hebt uitgekozen, moet je de exemplaren ruimen die niet aan je verwachtingen voldoen. Niemand wil wietplanten weggooien, dus misschien kun je een vriend blij maken. Vergeet niet de bijbehorende kloon weg te gooien (degene die nog in de vegetatieve fase zit).

Stap 8: herhaal het proces

Gefeliciteerd, je bent nu een echte fenojager! Je hebt je fenotypes perfect gefilterd. Nu heb je enkele opties. Maak eerst nieuwe klonen van je eerste reeks klonen. Deze stekken zullen weer exact dezelfde eigenschappen hebben als de vorige serie klonen. Label ze correct en je kunt weer de vegetatieve fase in.

Vervolgens kun je je eerste partij klonen laten bloeien. Je kunt ze ook verwijderen zodat je meer ruimte hebt voor een experiment met nieuwe klonen. Je kunt ook nog een paar kweekcycli experimenteren en je favoriete fenotypes blootstellen aan verschillende omgevingen, lichtomstandigheden en trainingstechnieken.

Zodra je precies hebt gevonden waar je naar op zoek was, kun je jouw geselecteerde fenotype continu klonen. Op die manier vul je je voorraad constant aan met je favoriete wiet. Het is ook mogelijk om een aantal klonen zaden te laten ontwikkelen. Deze kruis je dan met andere soorten om nieuwe varianten en daaropvolgende fenotypes te maken die nog beter bij je voorkeuren passen.

Beëindig het fenotype dilemma: zaden vs klonen

Als je homogeniteit een niveau hoger wil tillen, heb je twee opties. De eerste optie is meer zaden ontkiemen dan je van plan bent te kweken en diegenen te selecteren die de gewenste eigenschappen in een vroeg stadium laten zien. Maar als je doelt op maximale efficiëntie en consistentie, kan je het beste een moederplant selecteren om klonen van te maken. Deze klonen kopiëren het genotype van de moederplant 1 op 1 en je zal dus voortdurend eindigen met hetzelfde fenotype, aangenomen dat de omgeving constant is. Stel dat je een van deze identieke klonen kweekt in een hydro set-up en eentje in biologische aarde, dan zal deze variatie in de omgeving wellicht resulteren in verschillende fenotypes van hetzelfde genotype.