🇺🇸 USA, We are coming soon ⏤ 🌱 Be the first to know

By Luke Sumpter

Lichtstress heeft vooral invloed op wietplanten binnenshuis. Binnen moet je als teler namelijk allerlei variabelen in balans houden, waaronder de afstand van de kweeklamp tot het bladerdak en de lichtintensiteit. Plaats je de lamp te dichtbij, dan krijg je lichtverbranding. Plaats de lamp te ver weg, en je planten zullen ondermaats presteren en zich uitrekken richting de lichtbron, wat je ook weer niet wilt. Of je nu een beginner bent die zich afvraagt hoe je lichtstress kunt voorkomen of een ervaren kweker die er meer over wil weten, hieronder lees je alles wat je over lichtverbranding moet weten!

Om te beginnen, moet je weten dat planten technisch gezien nooit 'te veel' licht kunnen krijgen; de fotonen zelf zijn dus niet het probleem. Het is eerder een onbalans tussen de verlichting en andere bronnen die cannabis nodig heeft die leidt tot lichtstress: de vraag naar water, kooldioxide en voedingsstoffen neemt toe naarmate de lichtintensiteit toeneemt.

Als je een te sterke lamp boven je plant hangt, maar het bovengenoemde niet aanpast, kom je in de problemen (in de vorm van lichtstress). Bovendien is het de warmte die wordt uitgestraald door de lamp die lichtverbranding veroorzaakt, en niet het licht zelf. Plaats je je verlichting verkeerd, dan verschroeien letterlijk de bovenste bladeren.

Laten we, nu dat is opgehelderd, eens kijken naar de kenmerken van lichtstress, hoe we het kunnen oplossen en hoe we simpelweg kunnen voorkomen dat lichtverbranding zich voordoet.


Tekenen van te veel licht bij cannabisplanten

Gebleekte toppen

Een zeker symptoom van lichtverbranding zijn gebleekte toppen. Dit doet zich voor wanneer toppen zich te dicht bij krachtige lampen bevinden. Je hebt misschien online wel afbeeldingen gezien van witte "albino"-cannabis. Dit lijkt misschien op de opzettelijke ontwikkeling van zeldzame genetica, maar vaak is dit meestal gewoon verbleking. Gelukkig is het makkelijk te zien wanneer je toppen helderwit zijn.

Hoewel witte toppen misschien interessant lijken, zijn ze meestal nutteloos. De hitte heeft een negatieve invloed op de cannabinoïden in de hars, waardoor de toppen aan kracht verliezen. De geur en smaak is hierbij ook minder. De terpenen die voor deze eigenschappen zorgen, zijn vluchtige aromatische koolwaterstoffen. Door overmatige hitte vervliegen deze.

Bleached Buds

Gele bladeren

Gele bladeren zijn nog een teken dat je plant kampt met lichtverbranding. Ze wijzen soms echter ook op een gebrek aan stikstof. Het verschil is dat gele bladeren door dit voedingsgebrek vanaf de onderkant van de plant ontstaan. Ze vertonen daarbij verwelking en vallen ofwel af of zijn makkelijk te verwijderen. Vergeling door lichtverbranding treedt echter op aan de bovenkant van de plant. Deze bladeren zijn daarbij steviger en moeilijker te verwijderen.

Yellow Leaves

Ontwikkelingsachterstand

Door lichtverbranding kan de groeisnelheid afnemen als gevolg van schade aan het fotosynthetische systeem. Verbrande bladeren beginnen vocht te verliezen, verschrompelen en vergelen. Aangetaste blaadjes kunnen door een gebrek aan water, structuur en chlorofyl geen fotosynthese meer uitvoeren. Tijdens de vroege ontwikkelingsstadia, wanneer planten nog maar weinig bladeren hebben, kan dit de ontwikkeling ernstig belemmeren en de plantengezondheid later in de groeicyclus beïnvloeden.

Het oplossen van lichtverbranding bij wiet

Het eerste wat je zou moeten doen, is de plant iets verder van het licht zetten. Dit kun je doen door planten te verplaatsen of door het licht te verhangen, indien je daarvoor de ruimte hebt. Houd met name rekening met de meest aangetaste plekken als je een plant verplaatst. Je kunt er ook voor kiezen om een aantal lampen te verwijderen. Heb je verder alles goed georganiseerd? Dan zou het verwijderen van een paar peertjes geen nadelige gevolgen voor je planten moeten hebben.

Als het verminderen van het licht of het verplaatsen van de plant geen optie is, dan kun je ervoor kiezen om LST toe te passen. Dit is een techniek waarmee je een hogere opbrengst genereert en waarbij je alle takken op dezelfde lengte houdt. Wordt een stengel langer? Dan buig je deze om en houd je hem op zijn plaats met een bevestigingsmiddel.

Probeer ook de temperatuur in de kamer te laten dalen. Doe dit geleidelijk en houd de temperatuur altijd consistent. De planten hebben namelijk tijd nodig om zich aan te passen. Iedere verandering in de omgeving of het medium van een plant, moet voorzichtig en geduldig gedaan worden. Het maakt niet uit hoe goed je planten water en voeding geeft, als je niet goed voor de omgeving zorgt. Dan gaan ze namelijk dood.

Het voorkomen van te veel licht bij planten

Laten we nu eens kijken hoe we kunnen voorkomen dat we te veel licht geven. De afstand tussen je lamp en je plant is hierbij cruciaal. Het hangt allemaal af van het soort licht dat je gebruikt. Doorgaans behalen thuiskwekers goede resultaten met een lichtverdeling van 400–600W per m².

Bij gebruik van een metaalhalogenidelamp (MH) of hogedruknatriumlamp (HPS) binnen dit bereik, houd de volgende afstanden aan:

  • 400W: 30-50cm
  • 600W: 35-65cm

Als je de voorkeur geeft aan lichtgevende diodes (leds), plaats de lampen dan op de volgende afstand:

  • 400W: 40-75cm
  • 600W: 60-65cm

Je kunt ook een luxmeter gebruiken om te meten waar je je lampen moet plaatsen. Het meten van lux (lumen/m²) kan je helpen om de lichtpositionering verder te verbeteren en zo de plantprestaties te optimaliseren. Streef naar deze lux-bereiken tijdens de drie hoofdfasen van de groeicyclus:

  • Zaailing-stadium: 5000–7000 lux
  • Vegetatieve stadium: 15.000–50.000 lux
  • Bloeistadium: 45.000–65.000 lux

Kunnen planten te veel licht krijgen?

Je kunt wietplanten in feite alleen blootstellen aan te veel licht als je ze geen extra voedingsbronnen geeft om ze te helpen hiermee om te gaan. Hieronder behandelen we optimale lichtcycli, duiken we nog wat dieper in de technische termen rondom het meten van licht en waarom je goed over de ruimte moet nadenken voordat je een kweeklamp koopt.

Lichtcyclus van 18 uur of 24 uur

Hoeveel licht moet je je planten tijdens de verschillende groeifasen geven? Fotoperiode wietplanten hebben 18 tot 24 uur licht nodig tijdens de groeifase en 12 uur licht tijdens de bloei om in de bloeifase te blijven. Autoflowers kunnen gedurende de hele levenscyclus 18-24 uur licht krijgen, omdat ze geen bepaald lichtschema nodig hebben om te gaan bloeien. Maar welke cyclus moet je nu precies kiezen tijdens de vegetatieve fase van fotoperiode planten en de gehele levenscyclus van autoflowering wiet?

Over dit onderwerp wordt nogal gedebatteerd. Sommige kwekers behalen uitstekende resultaten bij het maximaliseren van de lichtcyclus, terwijl anderen beweren dat het weinig tot geen verschil maakt. Maar omdat licht de fotosynthese stimuleert en de fotosynthese de groei bevordert, is 24 uur verlichting per dag misschien helemaal niet zo gek.

Maar waarom volgen alle telers dan niet deze strategie? Daarvoor zijn twee belangrijke redenen. Allereerst kost het meer om een lamp de hele tijd te laten branden. Als je het hele jaar door binnen cannabis kweekt, dan houdt dat een aanzienlijke stijging van je elektriciteitskosten in. Ten tweede vereisen een verhoogde fotosynthese en meer groei meer water en voedingsstoffen. Hoe langer je de lamp laat branden, hoe meer je in de andere behoeften van je planten tijdens de verschillende groeifasen moet voorzien.

PPFD- en luxmeters uitgelegd

We hebben het al even gehad over luxmeters, apparaten die de hoeveelheid lumen op een bepaald oppervlak meten. Maar hoewel sommige telers deze informatie waarderen, geeft het niet het hele plaatje. Waarom niet? Omdat lumen een maateenheid is voor licht dat voor het menselijke oog zichtbaar is. Maar onze ogen zijn slechts gevoelig voor een beperkt deel van het spectrum dat planten voor de fotosynthese gebruiken.

Daarom geven veel telers er de voorkeur aan om de fotosynthetisch actieve straling (PAR) te achterhalen. Dit is het bereik van fotonen dat planten in energie omzetten. Je kunt dit doen door met behulp van een PAR meter de fotosynthetische fotonenfluxdichtheid (PPFD) te meten. Zo'n meter vertelt je wat de hoeveelheid fotosynthetisch nuttig licht is die per seconde een gebied van 1 vierkante meter per seconde (µmol/m²/s) raakt. Streef naar een PAR niveau tussen de 300 en 400 µmol/m²/sec bij het plaatsen van je lamp.

Meer licht betekent meer benodigde voedingsbronnen

Wil je snellere groei in een kortere periode, dan klinkt het logisch om sterker licht te gebruiken. Dit heeft echter wel nadelen. Een verhoogd metabolisme door een verhoogde fotosynthese betekent namelijk dat je de PPFD aan de andere behoeften van de plant moet aanpassen. Zo moet je met het volgende rekening houden:

  • Meer voedingsstoffen: je plant heeft onder krachtigere lampen hogere niveaus van belangrijke voedingsstoffen nodig, met name stikstof. Verhoog de wekelijkse dosis als je synthetische voeding gebruikt. Als je biologisch kweekt, zijn vloeibaar zeewier en visemulsie goede bronnen.
  • Meer water: je moet de hydratatie van de plant goed in de gaten houden. Check haar regelmatig op verlies van turgor en bewater elke keer dat de bovenste paar centimeter van de toplaag is uitgedroogd.
  • De temperatuur en luchtvochtigheid: sterkere lampen geven meer warmte af. Gebruik ventilatoren om te hoge temperaturen te verlagen, en een luchtbevochtiger om te voorkomen dat het gebladerte verdroogd.
  • Kooldioxide: als je sterkere lampen gebruikt, kun je van aanvullende CO₂ gebruikmaken. Deze combinatie kan de plantweerstand verhogen, de groei versnellen en betere opbrengsten opleveren.
18:6 Ratio
24:0 Ratio
12:12 Ratio

Pas de verlichting aan de ruimte aan

Kies een lamp die bij je kweekruimte past. Als je aan een microkweek begint, is een kleine LED van 200W misschien voldoende. Maar als je in een tent van 2 × 2 × 2m kweekt, heb je een grotere en sterkere lamp nodig. Het kan verleidelijk zijn om een krachtige lamp van 600W in je kweektent te plaatsen voor een betere opbrengst, maar let daarbij wel goed op. Zo bestaat de kans dat je plant wanhopig op zoek gaat naar meer voedingsstoffen en water, en (afhankelijk van de potmaat) te dicht bij de lamp gaat groeien en last krijgt van lichtverbranding. Pas dus de PPFD aan, voed je wietplant goed en houd haar gehydrateerd. Pas dan zul je zien dat je plant haar volledige genetische potentieel bereikt - zonder dat ze daarbij verbrandt!

Hoeveel licht heeft een wietplant nodig?

Cannabisplanten hebben genoeg fotonen nodig om te overleven, maar ze kunnen ook best wel wat meer hebben. Technisch gezien kunnen wietplanten nooit te veel licht krijgen. Autoflowers en fotoperiode planten in de vegetatieve fase kunnen prima 24 uur per dag onder een krachtige lichtbron gedijen, op voorwaarde dat er voldoende voeding, beluchting, water en luchtvochtigheid aanwezig is. De meeste thuiskwekers proberen echter een balans te vinden tussen plantprestaties, de energiekosten en plantgezondheid. Volg hiervoor de bovenstaande aanbevelingen wat lichtafstand, lux en PAR betreft. Veel succes!

BEN JE 18 JAAR OF OUDER?

De inhoud van RoyalQueenSeeds.nl is alleen geschikt voor volwassenen met de wettelijk geldende volwassen leeftijd.

Wees er zeker van dat je de wet kent van het land waar je woont.

Door op ENTER te klikken, bevestig
je dat je
18 jaar of ouder bent.